U bent hier

Handhaving vormt het sluitstuk van elke regelgeving. Zonder het inzetten op handhaving bestaat de kans dat het gekozen beleid dode letter blijft. Daarom is het belangrijk dat handhaving uitdrukkelijk mee wordt opgenomen in de beleidsvisie.
 
Gemeenten vormen een belangrijke actor in de totstandkoming van een daadkrachtige omgevingshandhaving en bij het uitteken van een handhavingsbeleid inzake milieu en ruimtelijke ordening. Onderstaande pijlers kunnen dit doortastend lokaal handhavingsbeleid mee helpen vorm te geven.

1. Ruimte voor handhaving

Door het aanstellen van toezichthouders en gemeentelijke verbalisanten/stedenbouwkundige inspecteurs én hen effectief in te zetten, wordt er daadwerkelijk ruimte gemaakt voor handhaving. Het Milieuhandhavingsdecreet en het Handhavingsdecreet Omgevingsvergunning bieden de lokale besturen verschillende opties om de gemeente van de nodige slagkracht te voorzien. Zo bestaat de mogelijkheid om, naast de aanstelling binnen de eigen gemeente, handhavers aan te stellen binnen een intergemeentelijke vereniging of toezichthouders bij de lokale politie.
Het is echter belangrijk dat naast het aanstellen van handhavers- binnen de gemeente, binnen de intergemeentelijke vereniging en/of de lokale politie -,   deze medewerkers ook de tijd en ruimte krijgen om effectief te gaan handhaven. Handhaven vergt een zekere vorm van expertise die met de nodige praktijkervaring verder wordt uitgebouwd. Kennis van het grondgebied, kennis van de inrichtingen binnen de gemeente, en kennis van de eigen omgevingsproblemen en hinderfactoren zijn cruciaal om gericht en adequaat te kunnen handhaven. Deze kennis wordt verworven en opgebouwd door de handhavers ook daadwerkelijk op het terrein te laten handhaven.

2. Bestuurlijk handhaven als passend alternatief

Het Milieuhandhavingsdecreet biedt de milieuhandhavingsactoren reeds sinds 2009 een instrumentarium om bestuurlijk te handhaven. Door de inwerkingtreding van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning begin 2018 kunnen ook de handhavingspartners de nieuwe bestuurlijke handhavingsinstrumenten inzake ruimtelijke ordening inzetten. Het opzet is om bij de vaststelling van een misdrijf zo spoedig mogelijk op te treden en zo spoedig mogelijk herstel te realiseren. Naast het klassieke spoor van de opmaak van een proces-verbaal, bieden de handhavingsdecreten een set van instrumenten om deze principes te effectueren. De handhavers dienen dit instrumentarium (verder) te leren kennen door er gebruik van te maken om de lokale problematieken bestuurlijk aan te pakken, met steun van het gemeentebestuur. Het bestuurlijk traject geeft de handhaver immers de mogelijkheid om snel en gericht de overtreding te benaderen.

3. Programmatorisch handhaving – uitwerken van lokale prioriteiten

De opname van handhaving, inzake milieu en ruimtelijke ordening, zelf als prioriteit én het uitschrijven van specifiek prioritair aan te pakken omgevingsproblemen binnen de eigen gemeente, geeft aan dat wordt geïnvesteerd in een beter milieu, een betere ruimtelijke ordening, een betere omgeving, … . Communicatie van deze prioriteiten zorgt voor transparantie en vormt een signaal naar de burger dat effectief en proactief aandacht wordt besteed aan de handhaving van de regelgeving inzake milieu en inzake ruimtelijke ordening.
 
Bovendien zorgen het programmatorisch handhaven en het voorafgaand vastleggen van prioriteiten er voor dat de personele en financiële middelen zo effectief en zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Handhaving dient immers vooral daar te worden ingezet waar het nalevingsgedrag laag is en waar de schade bij een overtreding relatief groot of zelfs onherstelbaar zou kunnen zijn.
 
Het vastleggen en expliciteren van prioriteiten op de verschillende bestuursniveaus stimuleert daarnaast de samenwerking. Overlappingen worden vermeden en tegelijkertijd kan worden gestreefd naar een eigen slagkrachtiger handhavingsbeleid.

4. Vergunning als startpunt

Een essentiële voorwaarde voor een programmatorische en op prioriteiten gestoelde handhaving is dat voldoende en accurate informatie ter beschikking is inzake de inrichtingen en vergunningen op het eigen grondgebied. Deze informatie is bovendien het startpunt voor elke goede handhavingsactie, zowel proactief als reactief. Het is dus cruciaal dat wordt ingezet op het (verder) in kaart brengen van de hinderlijke inrichtingen op het grondgebied van de gemeente.

5. Inzetten op samenwerking

Om tot een efficiënte en effectieve handhaving te komen is het noodzakelijk om blijvend aandacht te hebben voor samenwerking en voor het maken van afspraken tussen de verschillende handhavingspartners.
 
De VHRM faciliteert het overleg tussen de handhavingsactoren van de verschillende bestuursniveaus en tracht zo samenwerking te ondersteunen en te bevorderen. De gemeenten en steden worden in de VHRM vertegenwoordigd door de Verenging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Wij nodigen daarnaast de lokale handhavingsactoren uit om mee de samenwerking met betrekking tot handhaving uit tekenen en vorm te geven door deelname aan onze werkgroepen en projecten, onze congressen en studiedagen.